anders denken

“The only principle that does not inhibit progress is: anything go

– Paul Feyerabend, Against Method (1975).

Alles mag — in denken, voelen en onderzoeken — als het je helpt om uit oude, schadelijke patronen te breken. Ruimte voor nieuwe inzichten vraagt soms dat we vastgeroeste denkkaders loslaten. Niet om het oude toe te laten, maar om iets nieuws mogelijk te maken.
— Vrij naar Paul Feyerabend,Against Method (1975)

Lastig

Als kind voelde ik me nooit ergens écht thuis. Niet bij mijn gezin van herkomst, of op de lagere school, en ook later niet in het beroepsonderwijs. Ik was verlegen, hooggevoelig, en stelde vragen die volwassenen vaak lastig vonden. Mijn manier van in de wereld zijn, blijven doorvragen en blijven voelen, werd door mijn directe familie vaak als lastig ervaren. Vooral omdat de levensvragen die mij bezighielden niet aan de verwachting voldeden. Mijn meer technisch en praktisch georiënteerde familieleden, hielden zich daar niet mee bezig.

Op mijn 36ste op de Erasmus Universiteit was de eerste keer dat ik me ergens helemaal thuis voelde. Ik volgde er de studie filosofie. Er liepen soortgenoten rond en dacht: hé, er zijn meer mensen zoals ik. Het is de plek waar diep nadenken, twijfelen, en alles van meerdere kanten bekijken je niet direct een lastig persoon maakte. Denken ervaar ik als een bezigheid die veel voldoening geeft.

filosofie


Awee Prins en Henk Oosterling, met hun fenomenologische en differentiële denken, gaven me taal voor wat ik al voelde. Eigenlijk had ik, vanuit de manier waarop ik de wereld ervoer, filosofie als eerste studiekeus moeten maken. Maar dat kon niet doordat ik vastliep in het bestaande onderwijs systeem wat toegang tot de universiteit moeizaam maakte. Bovendien mijn ingenieur vader had een minachting voor alfa-studies, hij was een echte beta-man.

Dat zal zonder meer te maken hebben gehad met zijn alcoholistische vader die hij minachtte. Mijn opa was docent klassieke talen. Hij vertoefde in een intellectueel alpha milieu met mede alcoholistische interlectuelen. Het gezin was arm omdat zijn goed verdiende geld in de kroeg verdween. Mijn moeder was slim maar laag opgeleid, ze vond dat je als meisje een goede boterham moest kunnen verdienen voor als je niet aan de man kwam. Filosofie valt dan af net als kunst, maar de zorg vonden ze een goede keus.

Niet doorsnee


Mijn lagere schoolperiode verliep zacht uitgedrukt problematisch en traumatiserend. De grootste barrière was het gegeven dat ik mij ontwikkelde vanuit een niet-erkende en begrepen neurodivergentie, wat me niet doorsnee maakt. De daaruit voortvloeiende emotionele beschadiging, zoals geslaagde gaslighting door een leerkracht, hakte er diep in. Mijn vader deed hier nog een schepje bovenop door te verwijzen naar familieleden die daadwerkelijk genoodzaakt werden om in GGZ-instituties te leven vanwege psychotische kwetsbaarheid.

Op het moment dat iets in ons gezin hem niet beviel, dan verwees hij naar de overeenkomsten met deze familieleden. Dat minachtende taalgebruik van hem landde niet bij mijn broers en zus die het als onbelangrijk weg wuifde, maar ik had inmiddels een onzichtbare landingsbaan die de gaslightende leerkracht zorgvuldig had aangelegd en waar mijn vader geen weet van had.

In mij groeide de twijfel aan wie ik was en of ik ook maar iets van waarde had. Hierdoor kwam ik nooit op het VWO of gymnasium terecht. Een goede vriend van mij heeft een vergelijkbaar neurologisch profiel, maar omdat hij als kind andere leerkrachten op zijn pad ontmoette, was een academische studie iets wat geen onmogelijkheid bleek.
Voor mij bestond gelukkig de lange weg, via het mbo, hbo en de praktijk, voordat ik academisch kon studeren en eindelijk voelde dat ik ergens aangekomen was waar ik me minder de outcast voelde.

voedselovergevoeligheid

Mijn neurologische profiel valt onder neurodivergentie (HSP, DCD, dyslectisch en een intelligentieprofiel dat ook niet doorsnee is). Daarnaast heb ik een aangeboren bindweefsel aandoening die resulteert in spier en peeszwakte, chronische vermoeidheid, luchtweg- en andere infecties, slechthorendheid en darmproblemen.
Uiteindelijk ontwikkelde ik door de darmzwakte en neurologische kwetsbaarheid een totale voedselovergevoeligheid; iets wat artsen overigens ook niet erkende voordat de bindweefsel aandoening ver in mijn volwassen leven werd ontdekt.

Buitengewoon

Ondanks mijn dyslectie hield ik altijd van schrijven. Schrijven vormt, net als het blijven vragen, een natuurlijke kwaliteit bij DCD, en mijn hoge emotionele intelligentie en sterke morele kompas (zoals uit testen bleek) horen weer bij HSP. Ik zie neurodivergentie daardoor niet meer als afwijking maar als iemand met neurologische aspecten die ieder mens uniek maken. Zelfs neuro-typisch zijn kan je zien als persoon met unieke aspecten. Ook daarin zitten zwakke plekken en kwaliteiten. Een kwaliteit bij hen is makkelijkere aanpassing aan de groep en een zwakke plek is vaak normerend denken. We zijn allemaal neurodivers. Neurodivergent zijn de mensen die door hun neurologische aspecten buiten hokjes denken.

Samengevat blijkt dat ik naast kwetsbaarheden én uitdagingen ook kwaliteiten bezit die ik aanvankelijk niet kon zien, en dat maakt mij ongewoon. Je kan ook zeggen buitengewoon, wat positiever klinkt. Dat zie ik overigens niet als bijzonder; ik merk na ruim twintig jaar als psychosociaal therapeut te werken dat het meerendeel van de cliënten die bij me binnen komen ook buitengewoon en daardoor vaak kwetsbaar zijn. Iedereen is een combinatie van kwaliteiten en kwetsbaarheden en daardoor buitengewoon. Er bestaan geen twee kopieën van elkaar binnen de mensenwereld.

Sommige mensen zijn beter in staat hun kwetsbaarheden te verbloemen, vaak zelfs voor zichzelf. Sommigen zijn geboren en opgegroeid in een omgeving die open stond en stimulerend was voor de unieke presentatie van iemands persoonlijkheid en neurologische profiel. Acceptatie van het buitengewone, dat is denk ik waar het hier echt om gaat. In mijn situatie gaf het veel twijfel. Die complexiteit en gemiste kansen die daar het gevolg van waren, gaven pijn. Gelukkig bestaat er therapie en dat helpt bij het accepteren van je leven en verwerken van opgelopen trauma’s. Ik maak daar graag gebruik van.

Paul Feyerabend

Pas jaren na mijn studie filosofie ontdekte ik de wetenschapsfilosoof Paul Feyerabend (1924–1994). Hij noemde zichzelf ‘wetenschappelijk anarchist’. Dogma’s, daar deed hij niet aan. Methodische dwang of gesloten systemen zag hij als intellectuele verstikking. Bovenal paste discriminatie van andersdenkenden en lerende mensen daar volgens hem niet in. Hij is niet de enige filosoof die mij stimuleert om anders naar de wereld, voeding, wetenschap en menselijke variatie te kijken.

Alles stroomt, zei Pythagoras (ca. 570–495 v.Chr.) al: je kunt nooit twee keer in dezelfde rivier stappen. In het denken in plooien bij Gilles Deleuze (1925–1995) zie je dat heel duidelijk. Als ik nu iets schrijf of ergens op reflecteer, is dat geen vaststaand feit of waarheid, maar een inzicht dat zich verder kan ontwikkelen. De gedachte van een ander kan ook een aanzet zijn tot een nieuw inzicht.

Wanneer een cliënt bij mij binnenkomt met een klachtenpatroon dat uitnodigt om anders te kijken, verwelkom ik dat. Ik herinner me dan Hans-Georg Gadamer (1900–2002), die zichzelf als filosofische oefening altijd voorhield: “de ander kan ook gelijk hebben.” Dat geeft ruimte, zonder dat je in patstellingen belandt die schade en wantrouwen veroorzaken.

“Anything goes” schept ruimte — zolang het geen inhoudsloze stellingname wordt. Je neemt de feiten mee, maar zonder ze te dogmatiseren.

Filosofisch bloggen

Zo probeer ik ook te bloggen: over voeding, gezondheid, therapie, neurodivergentie en levensvragen, zonder eindpunt, maar vanuit mijn filosofische blik op de wereld. Daarom kies ik voor de essayvorm. Essay betekent poging. Het zijn pogingen om ruimte te scheppen in een wereld waar te veel mensen alles in hokjes willen stoppen. Ik zie liever dat mensen uit hun hokjes stappen en een nieuw perspectief bieden tegenover vastgeroeste wetenschappelijke en onwetenschappelijke overtuigingen en aannames.

Een duizenden jaren oude geschiedenis heeft inmiddels bewezen dat wetenschappelijke stellingen achterhaald raken en dat paradigma’s telkens veranderen. Ook zie je dat zeker in de geneeskunde en psychologie mensen beschadigd kunnen raken door te dominante en starre stellingnames. In mijn praktijk merk ik dat hetzelfde geldt voor gezondheid en therapie: zodra we dogma’s loslaten en ruimte maken voor anders kijken naar ervaring, voeding, ademhaling en emotie, ontstaat er beweging. Cliënten ontdekken vaak onverwachte nieuwe mogelijkheden — niet omdat ik de waarheid heb, want die heb ik niet, maar omdat we samen zoeken naar een perspectief dat bij hun unieke leven past.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *